

Eén postzegel te weinig. Meer was er niet nodig om Carolines sollicitatiebrief een extra rondje langs het postkantoor te laten maken. Ze schreef hem met de hand, reageerde op een advertentie en kwam zo bij Saré terecht. Dat was augustus 1985, eenenveertig jaar geleden.
Caroline en Mies zijn allebei ruim veertig jaar verbonden aan Saré. Caroline was de allereerste officiële medewerkster, Marie-José, die we eigenlijk allemaal Mies noemen, volgde een jaar later. Ze maakten de groei van dichtbij mee, zagen systemen veranderen en collega’s komen en gaan. Nu kijken ze terug op hoe het begon, op alles wat veranderde en vooral op wat hetzelfde bleef.
Wie vandaag bij Saré binnenstapt, kan zich bijna niet voorstellen hoe klein het ooit begon.
Het sollicitatiegesprek met Ruud en Irma was allesbehalve formeel. Onder het genot van een kopje koffie en en sigaret hadden we een fijn gesprek.
“Volgens mij was het toen eigenlijk al beklonken.”
Caroline werd, na Ruud en Irma, de derde medewerker van Saré. Marie-José volgde een jaar later. Haar eerste indruk is ze nooit vergeten.
“Het leek wel Dallas of Dynasty” lacht ze. Wie die televisieseries uit die tijd kent, begrijpt meteen wat ze bedoelt: Saré maakte indruk.
Een sauna was in die tijd iets bijzonders. Wanneer Caroline vertelde dat ze bij een sauna werkte, dan waren mensen verbaasd. Wellness was nog lang niet zo vanzelfsprekend als nu.

Er waren nog geen afdelingen of vaste functies. Iedereen deed wat er op dat moment nodig was. De telefoon ging? Opnemen. De bel bij de receptie? Ernaartoe. Afwas in de spoelkeuken, bloemen in de vazen, tafelkleedjes strijken, bestellingen opnemen, gerechten maken, en ondertussen moest alles schoon en netjes blijven.
“Je deed gewoon alles.”
Soms stonden ze er alleen voor. Dan nam je de telefoon aan terwijl je ook met drie andere dingen bezig was.
“Momentje, ik kom zo bij u.” zei je eigenlijk de hele dag.
Ook de kaart zag er anders uit: een tosti, broodje bal en saté, veel zelf bereid. Later kwam onze populaire pepersoep erbij. Je stak je handen uit de mouwen en zorgde samen dat het voor elkaar kwam. Dat samen doen is Caroline en Mies altijd blijven inspireren.
Het team van toen was meer dan een groep collega’s. Er werd samen gewerkt, maar ook vooral veel samen gelachen en gevierd. Mies en Caroline hebben veel bijzondere herinneringen.
Eens per jaar bezochten we met de hele club een andere sauna en op tweede kerstdag was Saré in die beginjaren zelf nog gesloten. Dan gingen we met al het personeel onze eigen sauna in “Dat waren echt hele leuke dagen.”
Ook Sinterklaas werd niet zomaar overgeslagen. Als grap zetten de medewerkers hun schoen rondom de grote haard, in de hoop dat Ruud en Irma er iets in zouden stoppen.
En als er iets te vieren of te doen was, deed iedereen mee. Zo kon het zomaar dat zijn dat je op een ochtend op werk verscheen en er een promotiefilmpje voor Saré werd gemaakt. “Dan zei Ruud: we gaan een promotiefilmpje maken en dan deden we gewoon de kleren uit en gingen het zwembad of de saunacabine in. Het hoorde er gewoon bij.” Caroline kan er nog om lachen, al heeft ze tijdens een opname wel eens tien minuten onder de koude douche moeten staan.
Ook buiten Saré gingen ze regelmatig samen op pad. Avonden uit konden tot laat duren, waarna er zelfs een paar keer bij Saré werd geslapen. Toen kon dat nog. Gewoon op een luchtbedje in de kelder, en de volgende ochtend stond er een ontbijtje met verse sap van Ruud en Irma klaar en gingen we samen weer tegenaan.
Het waren mooie tijden en het zegt veel over hoe het team met elkaar omging: werk en plezier liepen vaak moeiteloos in elkaar over.

Misschien wel de grootste verandering in veertig jaar was de komst van de computer.
“Van een potlood en een gummetje naar een computer.”
Afspraken werden vroeger met de hand op grote papieren planningen geschreven. Voor Mies was de overstap een enorme omschakeling. Ze had nog nooit met een computer gewerkt, was bang om fouten te maken en kon er zelfs slecht van slapen.
Ook later bleven nieuwe systemen wennen. Dat klinkt vreemd voor iemand die al veertig jaar bij hetzelfde bedrijf werkt, maar juist omdat ze Saré zo goed kennen, is het lastig als de manier van werken ineens verandert.
Caroline en Mies zien dat digitalisering nodig is, maar sommige dingen moeten volgens hen bij het oude blijven. In een wereld die steeds digitaler wordt, is bijvoorbeeld persoonlijk contact juist belangrijker. Er zijn tegenwoordig wellnesslocaties waar gasten zichzelf inchecken bij een scherm en waar slippers uit een automaat komen. Efficiënt, maar volgens hen mist daar iets.
“De persoonlijke service is óók een stukje wellness.”
Een vriendelijk gezicht bij binnenkomst, even meedenken, een praatje met een bekende collega. Kleine dingen, maar ze horen volgens hen bij de ervaring.
Wat is er in veertig jaar nooit veranderd? Ze hoeven er niet lang over na te denken: “De sfeer.”
En daarna: “De gemoedelijkheid.”
Dat gevoel is moeilijk uit te leggen. Je kunt het niet in een protocol vastleggen of in een systeem stoppen. Je moet het voelen. Nieuwe collega’s krijgen het vanaf dag één mee: je werkt hier niet alleen voor jezelf. Dat betekende vroeger dat je diensten van elkaar overnam of langer bleef, en dat gebeurt nog steeds.
Soms is het druk. Soms zit een dag tegen. Soms denk je aan het einde van een lange avond: hoe gaan we dit ooit afkrijgen?
“Het komt altijd weer goed.”
Door de jaren heen zagen Caroline en Mies heel wat collega’s komen en gaan. Maar samen met Inge en Marieke vormen ze een vaste kern, mensen die elkaar door en door kennen en een groot deel van de geschiedenis van Saré samen hebben meegemaakt.
Er ontstonden vriendschappen. Er is samen gelachen en hard gewerkt, met lange dagen, uitjes en avonden op pad.
“Het is een soort familie geworden.”
Je ziet je collega’s immers vaak meerdere dagen per week, soms vaker dan je eigen partner.

Veertig jaar samenwerken betekent dat je elkaar door en door leert kennen.
Mies omschrijft Caroline als enorm attent: iemand die niets vergeet, overal aan denkt en goed voor anderen zorgt. Caroline ziet in Mies iemand die zichzelf gemakkelijk op de tweede plaats zet. Zorgzaam, lief en altijd bereid hard te werken.
Ze zijn verschillend. Caroline is uitgesproken en laat sneller merken wat ze ergens van vindt. Mies houdt dingen eerder voor zichzelf en denkt: laat maar. Misschien is juist die combinatie de reden dat ze zo lang samen zijn gebleven.
Op 1 september 2026 nam Caroline de dappere stap om in haar werkleven tóch nog een carriereswitch te maken. Ze is begonnen bij een bedrijf dat kefir maakt.
Het kwam niet omdat ze het bij Saré niet meer naar haar zin had. Integendeel. Het was vooral een kriebel: als ze ooit nog iets anders wilde proberen, was dit het moment: “Nu of nooit.”
Ze wist dat de kans om later nog een compleet nieuwe richting in te slaan niet groter wordt. Toch voelt Saré nog steeds vertrouwd. "Als ik binnenkomt, wil ik eigenlijk gelijk aan het werk gaan" grapt Caroline. Als Saré haar nodig heeft, kan ze gebeld worden maar voorlopig zullen we haar vooral als gast verwelkomen. Geen afscheid dus, eerder een nieuwe manier van verbonden zijn.
Op 1 oktober 2026 is Mies precies veertig jaar in dienst. Een bijzonder jubileum, waar ze zelf vrij nuchter onder blijft. “Ik ben nooit een jobhopper geweest.”
Carrière maken of steeds iets nieuws zoeken? Nooit de behoefte gehad. “Ik heb het hier naar mijn zin. Wat moet ik dan nog meer?”. Typisch Mies, onze rots in de branding.
Ze werkt nog altijd ruim dertig uur per week in de horeca en blijft dat voorlopig doen. Over twee jaar heeft ze haar pensioensleeftijd bereikt, een gedachte waar ze zelf niet zo bij stilstaat. "Ik wil mijn tijd hier graag volmaken."
Als Caroline en Mies één ding mogen meegeven aan de volgende generatie, is het geen werkwijze of systeem. Het is de sfeer. Blijf klaarstaan voor elkaar, houd oog voor de mensen om je heen en vergeet niet dat werken ook leuk mag zijn. Het begint bij iets eenvoudigs: zorgen dat mensen het naar hun zin hebben. De gasten, maar ook je collega’s.
Want na veertig jaar is er veel veranderd: de manier van werken, de systemen, het bedrijf en de wereld eromheen. Maar dat ene gevoel blijft.
Aan het einde van een drukke dag samen kunnen denken:
"We hebben het toch maar weer gedaan. Samen."
